OLAHW: prof. mr. drs. J.S.L.A.W.B. Roes

400 324 N.S.V. Nota Bene

Waarde studenten,

Mijn kennismaking met de N.S.V. ‘Nota Bene’ was meteen raak: het Groot Langstlevende Bal in 1995, in wat toen nog onmiskenbaar de ‘Nota Bene’-stamkroeg was: Café Trianon aan de Berg en Dalseweg. Ik had zojuist mijn rechtenstudie opgepakt en kon dus wel een borrel gebruiken.

Het Groot Langstlevende Bal was een groot(s) feest, georganiseerd door uw beschermheer prof. Van Mourik, de vaksectie notarieel recht en ‘Nota Bene’, nl. om te vieren dat – in het kader van het gewenste nieuwe erfrecht – het wetsvoorstel inhoudende een levenslang vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot was afgeserveerd (een leenwoord, ontleend aan het Germaanse abservieren). De weg lag nu open voor de Nijmeegse visie op het gewenste erfrecht bij versterf: het langstlevende-al. Per 1 januari 2003 trad het nieuwe erfrecht in werking, de wettelijke verdeling van art. 4:13 BW, gebaseerd op het wijdverspreide testamentaire fenomeen van de ouderlijke boedelverdeling (art. 4:1167 OBW). Dat zou vanaf toen, 1995, gerekend nog ruim zeven jaren duren…

Bewapend met een goede fles rode wijn (want ik houd er niet van om met lege handen op feesten en partijen te verschijnen), meldde ik mij keurig op tijd. Prof. Van Mourik kende ik nog niet, maar een lucide ingeving – noem het Fingerspitzengefühl, telepathie, intuïtie of gewoonweg mensenkennis – vertelde mij, dat deze fles bij hem wel in goede aarde zou vallen. Figuurlijk dan, want wij houden niet van verspilling.

De toen al in bepaald opzicht eminence – licht – grise van het notariaat en in het bijzonder van het nieuwe erfrecht aanvaardde mijn fles wijn in dankbaarheid, maar het was kennelijk voor de gelegenheid een toch wat ongebruikelijk cadeau, want alle andere studenten hadden slechts hun goede humeur meegenomen, a contrario geredeneerd: geen zaken in materiële zin. Men kwam naar Trianon, eenvoudigweg om zich eens duchtig te laten fêteren. De mens verandert niet, en de studentikoze mens al helemáál niet.

Bij de aanbieding van de fles vroeg Van Mourik mij:

  • “Roes, Roes…. Zeg: ben jij familie van ….. (puntje puntje) Roes?”

Ik antwoordde naar waarheid:

  • “Ja, die ken ik, maar het is heel ver familie. Het staat allemaal in ons grote familieboek. Dezelfde stamvader, in die zin ‘familie’ dus, maar echt… héééél ver.”

Waarop Van Mourik subtiel repliceerde:

  • “HET KAN NIET VER GENOEG ZIJN!!!”

Vervolgens barstten wij gezamenlijk in bulderend gelach, ja in een onbedaarlijk lachen, uit.

Ik dacht: van die club moet ik lid worden. Twee jaar later was ik praeses van ‘Nota Bene’.

 

Prof. mr. Sebastiaan Roes, CNR