OLAHW: Freek Schols

1024 720 N.S.V. Nota Bene

Nota bene: Hora ruit, tempus fluit

Wie een beetje Romeins spreekt, heeft voldoende aan de titel. Wie meer in beelden denkt, verwijs ik naar de foto (bestuur 1992 -1993). U weet genoeg. Ik zie vijf Nota Bene-vrienden, waaronder ondergetekende rond 1993. Genodigd door de meneer de Praeses kijk ik kort terug als oud lid van Nota Bene.

Het begon allemaal met de introductie. Op de stoel, voor de algemene ledenvergadering in café Trianon. Ik werd verzocht, gelukkig begeleid door een pianist, om het Limburgse volkslied ten gehore te brengen. Mijn broer Dominique, destijds ook lid van ons illuster genootschap, stond mij al snel bij. En inderdaad: het is een kwestie van geduld ...  

Na de introductie volgden vele mooieverenigingsactiviteiten waarbij ik betrokken mocht zijn. Ik denk onder meer aan de eerste notariële reis(Bologna/Milaan) met een bezoek aan een wedstrijd AC Milan tegen Inter in het San Siro of Giuseppe Meazzastadion en aan een college op de universiteit van Bologna. Iedereen kon mee op reis. Met de bus! De vliegschaamte moest nog ontwikkeld worden. U kunt zich dat niet meer voorstellen: met vreemde valuta en zonder gezinsapp op stap. Met telegrammen moestende ouders of verloofden van de notarissen in spe aan het thuisfront gerustgesteld worden dat de reis ordelijkverliep. Het was klein, fijn en groots. Omdat een bestuurslid onder de wapenen moest – inderdaad de dienstplicht bestond nog – heb ik ad-interim in bestuur Verhaegen (1991/1992) gediend. Daarna mocht ik de rol van praeses op me nemen. Volledig ondergedompeld derhalve na enig Limburgs gezang.

We werden aan alle kanten aangemoedigd door het CNR van destijds, dat onder leiding stond van mijn voorganger en leermeester professor van Mourik. Hij wist al, en ik weet nu uit ervaring, hoe fijn het is dat studenten zich gesteund voelen in hun zeer relevanteextra-curriculaire activiteiten. Vanzelfsprekend, tijden zijn veranderd. De club was kleiner, het eigen vermogen zat letterlijk in een sigarendoosje dat meeging naar Trianon. En als het doosje openging en een rondje namens Nota Bene werd aangekondigd was de quaestorvanzelfsprekend de meest gevierde persoon van declub. In een tijd dat Hoegaarden en Trappist nog over de grens gesmokkeld moest worden, waren de legale prijzen van dien aard dat de quaestor toch niet te benijden was. Vandaag de dag werkt het bestuur met een enorme begroting, drinkt en feest men nagenoeg gratis. Niet dat we toen niet aan het eigen vermogen werkten. Maar we moesten ons wel afvragen of het versturen van acceptgirokaarten per post naar potentiele sponsoren niet meer kosten met zich zou brengen dan het zou opleveren. Een begin van eensponsorprogramma was echter gemaakt.

En de woensdag stond nog bekend als de pakkendag. Niet alleen keurig gekleed naar de borrel (die overigens,zoals het hoort, aansluitend op de colleges plaatsvond)maar ook in stijl naar college.

Ik blader terug in de allereerste Nota Bene Almanak (verenigingsjaar 1992 -1993), lees de verhalen en bekijk de foto’s. Nota Bene was voor mij een warm bad. Ik heb gelukkig niet meteen na mijn afstuderen afscheid hoeven nemen van Nota Bene maar mocht een beetje blijven rondhangen. Inmiddels al meer dan 25 jaar …

Freek Schols