Oud leden aan het woord

OLAHW: Dominique Schols

580 1024 N.S.V. Nota Bene

 

 

Romantische hunkering…

Putten uit gedachten die automatisch een glimlach opleveren en die gedachten vervolgens toevertrouwen aan het papier is natuurlijk niet ongevaarlijk.
 Hoe helder de gedachten ook kunnen zijn, altijd dreigt, door enkel tijdsverloop, romantisering van de feiten en daar gruwelt de lezende notariële wetenschapper (in spe) natuurlijk van.

Mijn notariële carrière begon in 1990. Grootheden als prof. mr. M.J.A. van Mourik voor het civiele deel en nu wijlen prof. mr. R.T.G. Verstraaten  voor het fiscale deel, gaven verfrissend leiding aan een cohorte hongerige, maar zeker ook dorstige notariële studenten. Tot hier is de romantiek nog ver te zoeken. De ware romantiek trad, voor mij, pas op de voorgrond ter gelegenheid van de verwerving van het lidmaatschap van N.S.V. Nota Bene. Graag leg ik uit waarom.

In de doctoraalfase van de studie kon je in mijn tijd best gemakkelijk gewend raken aan het min of meer anoniem volgen van colleges Burgerlijk Recht of Rechtspersonen- en Vennootschapsrecht.
Kon je het, omdat Bieracademie ’t Pumpke, Discotheek Taboe (in de Vlaamse Gas) of het benedenstadse Café De Beurs (waar het rond de 24ste van de maand extra gezellig was omdat de stamgasten dan weer konden beschikken over de diverse uitkeringen) de sluitingstijd niet zo nauw namen, niet opbrengen de warmte en vertrouwdheid van je studentenledikant (in mijn geval gesitueerd in het prachtige studentencomplex Multatuliplaats) te verruilen voor de ochtendlijke harde en soms kille werkelijkheid van de dag die zich zou gaan afspelen in de betonnen omgeving van CC1… , rouwde daar eigenlijk niemand om.

Dat werd na de inauguratie bij Nota Bene allemaal anders. Héél anders.Je trad toe tot een wereld waarin je je medestudenten en de stafleden kende, zoals ook zij jou kenden.De woensdag werd een dag van hunkering.
Soms was de hunkering zo groot dat je dinsdag zelfs op tijd naar bed ging. Je colbert met Nota Bene das hingen al klaar over de stoel. Op de zitting van die stoel lag een spierwit, fris gewassen en gesteven overhemd, terwijl de Samsonitekoffer (ja over die tijd hebben we het hier) al gevuld was met nog maagdelijk papier, vulpen, een enkel Asserdeel en wat wetboeken. Omdat je wist dat het een lange dag zou worden nam je natuurlijk ook wat goederen mee die konden leiden tot een verbeterde persoonlijke hygiëne. Daarnaast vonden, je kon het immers nooit weten, ook de “Norit” en de “Natterman”, in het koffer hun plek.
Des te eerder je ging slapen des te vroeger leek de “Notariële Woensdag”aan te breken: College Erfrecht, middagpauze in het Psychologisch Lab en college Successiebelastingen stonden op het menu. Als je geluk had werd er nog een heerlijk toetje geserveerd in de vorm van een college Agrarisch Recht of Notariswet.
Dan sloeg de klok vier keer en ging je als de wiedeweerga met andere notariëlen ergens een “voorgloei- of voorpretborreltje” drinken. Niet zelden schoof daarbij ook al een staflid aan…
Om een uur of zes werd vervolgens de gang gemaakt naar ons toenmalige clubhuis: CaféTrianon aan de Berg en Dalseweg.Ik heb te lang in het notariaat gewerkt (1992-2012) om hetgeen zich rondom de bar van Trianon in de gezellige notariële beslotenheid allemaal heeft afgespeeld al te gemakkelijk aan het papier toe te vertrouwen. Artikel 22 van de Wet op het notarisambt heeft zijn sporen achtergelaten. Neem van mij aan dat ik al terugdenkend aan de Nota Bene tijd een niet te onderdrukken glimlach rond mijn mond krijg.
Corry Konings, thans door haar Pamela Anderson-achtige voorkomen bij Expeditie Robinson weer tot Bekende Nederlander gepromoveerd, overdreef in 1990 niet toen zij uit volle borst zong: “Mooi was die tijd…”

Proost…!

 

Dominique Schols

 

OLAHW: Alexander Davits

682 1024 N.S.V. Nota Bene

Met niets dan verwachtingen, enkel gebaseerd op de studententijd van mijn vader, arriveerde ik in augustus 2009 voor de introductie op de studie notarieel recht in Nijmegen.

De kennismaking met de N.S.V. Nota Bene volgde reeds later die maand. Ik verbaasde mij direct over twee zaken. Ten eerste schudde de toenmalige praeses mij de hand met een geschoren aangezicht (was het immers geen traditie dat een praeses voorzien was van enige vorm van gezichtsbeharing?). Ten tweede viel de uiting van mijn verbazing hierover niet per se in goede aarde bij de betreffende praeses. Op het moment van schrijven realiseer ik me dat dit laatste achteraf wellicht niet geheel verbazend is.

Mijn enthousiasme voor de vereniging was echter gewekt. Vanuit diverse functies heb ik in de opvolgende jaren genoten van al dat een actief lidmaatschap te bieden had. Mijns inziens is dit ook de sleutel tot een voor mij geslaagde studententijd geweest. Immers, waarom zou men zich niet inspannen voor een gemeenschap die niet alleen kan zorgen voor een vliegende start op de arbeidsmarkt, maar waar men ook gelijkgezinden ontmoet, sommige van wie ik tien jaar later nog steeds dankbaar mijn vrienden mag noemen. Dat dit alles wordt afgetopt met de nodige gesubsidieerde drank, studiereizen en diners (een combinatie van welke in de Engelse taal ”business course” wordt genoemd) mag uiteraard ook niet onbesproken blijven.

Na een introductie door N.S.V. Nota Bene begon ik mijn carrière bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam. Hoewel ”de inhoud” aldaar altijd op de eerste plaats stond, durf ik gerust te stellen dat hetgeen ik tijdens mijn studententijd leerde van de vele nachtelijke ALV sessies minstens even nuttig bleek te zijn. Na mijn meest recente verandering van professionele omgeving, waarbij ik het notariaat verliet en mij sindsdien richt op investeringsmanagement bij het Franse Unibail-Rodamco-Westfield, zijn de bij de N.S.V. opgedane lessen werkelijk alleen maar belangrijker geworden.

Nu ik als reünist de zin en onzin van mijn studentenbestaan kan overzien (geleerd van de officieuze ondervereniging ”de Natte Kaars”, ter bevordering van langdurige douche-sessies) kan ik niet anders dan u aan te bevelen toch vooral te genieten en de N.S.V. te gebruiken als platform om te leren en om fouten te maken. De laatste zin van het verenigingslied luistert vooral achteraf bezien: Nota Bene zal je leren hoe je beter leven kan (cursivering van mij, AD).

OLAHW: Claudia Lap

382 366 N.S.V. Nota Bene

Waarde studenten,

In de eindfase van mijn studie Nederlands Recht besloot ik om in een tweede studierichting af te studeren. Ik koos voor Notarieel Recht om pragmatische redenen: ik vond de kernvakken leuk en er was in die jaren – we hebben het dan over eind jaren ’80 – nauwelijks werk voor ‘gewone’ juristen.

De door mij geraadpleegde studieadviseur vond het een slecht idee.

De studie Notarieel Recht was typisch een studie voor notariskinderen en spoorstudenten. Hij vond dat ik daar niet tussen paste. Dat beschouwde ik als een compliment maar besloot om me van het advies niets aan te trekken. Ik koos voor een studie die mij boeide, met een grote kans op een baan. Wat wil je nog meer.

In september 1987 begon ik en mijn eerste werkcollege was er een van prof. Van Mourik. Hij was dat jaar net begonnen als hoogleraar in Nijmegen.

Vanaf dat moment waaide er een nieuwe wind bij de studie Notarieel Recht. Van Mourik had een totaal andere stijl dan zijn voorgangers en  in een paar jaar tijd veranderde zowel het aantal studenten als het type student. Het waren niet langer de saaie spoorstudenten

Van Mourik sprak hierover zijn tevredenheid uit. En dan vooral over het type student, wat hem betreft bij voorkeur een lid van studentenvereniging Carolus Magnus.

N.S.V. Nota Bene was volgens Van Mourik in die tijd niet wat hij voor ogen had bij een bruisende en inspirerende studievereniging. Nota Bene leed in die jaren een slapend bestaan. Van Mourik vroeg om nieuw elan en riep op tot een coup.

Die kwam er! Rik Kamps, Pieter Reijenga en ik traden in september 1988 toe tot het bestuur.

Wat en hoe we het gedaan hebben herinner ik me niet meer. Wel herinner ik me dat we vaak en tot heel laat bij elkaar zaten.

Ik heb vandaag de kamer van koophandel moeten raadplegen om na te gaan hoe lang we eigenlijk in het bestuur zaten. Dat was maar 13 maanden. We studeerden in 1989 alle drie af.

De eerste initiatieven voor een congres en voor een huisstijl zijn in die periode genomen.

Als penningmeester herinner ik me alleen nog de grootste uitgaven van dat jaar: de factuur van de ontwerper van de huisstijl en de eerste dozen met stropdassen.

We hebben discussies gehad: wel of niet die obligate veer gebruiken in het logo? Dat het ontwerp tijdloos was, is inmiddels gebleken. Het is het logo zoals jullie dat nu nog gebruiken.

 

Claudia Lap

Arnhem, 23 april 2018

 

OLAHW: prof. mr. drs. J.S.L.A.W.B. Roes

200 266 N.S.V. Nota Bene

Waarde studenten,

Mijn kennismaking met de N.S.V. ‘Nota Bene’ was meteen raak: het Groot Langstlevende Bal in 1995, in wat toen nog onmiskenbaar de ‘Nota Bene’-stamkroeg was: Café Trianon aan de Berg en Dalseweg. Ik had zojuist mijn rechtenstudie opgepakt en kon dus wel een borrel gebruiken.

Het Groot Langstlevende Bal was een groot(s) feest, georganiseerd door uw beschermheer prof. Van Mourik, de vaksectie notarieel recht en ‘Nota Bene’, nl. om te vieren dat – in het kader van het gewenste nieuwe erfrecht – het wetsvoorstel inhoudende een levenslang vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot was afgeserveerd (een leenwoord, ontleend aan het Germaanse abservieren). De weg lag nu open voor de Nijmeegse visie op het gewenste erfrecht bij versterf: het langstlevende-al. Per 1 januari 2003 trad het nieuwe erfrecht in werking, de wettelijke verdeling van art. 4:13 BW, gebaseerd op het wijdverspreide testamentaire fenomeen van de ouderlijke boedelverdeling (art. 4:1167 OBW). Dat zou vanaf toen, 1995, gerekend nog ruim zeven jaren duren…

Bewapend met een goede fles rode wijn (want ik houd er niet van om met lege handen op feesten en partijen te verschijnen), meldde ik mij keurig op tijd. Prof. Van Mourik kende ik nog niet, maar een lucide ingeving – noem het Fingerspitzengefühl, telepathie, intuïtie of gewoonweg mensenkennis – vertelde mij, dat deze fles bij hem wel in goede aarde zou vallen. Figuurlijk dan, want wij houden niet van verspilling.

De toen al in bepaald opzicht eminence – licht – grise van het notariaat en in het bijzonder van het nieuwe erfrecht aanvaardde mijn fles wijn in dankbaarheid, maar het was kennelijk voor de gelegenheid een toch wat ongebruikelijk cadeau, want alle andere studenten hadden slechts hun goede humeur meegenomen, a contrario geredeneerd: geen zaken in materiële zin. Men kwam naar Trianon, eenvoudigweg om zich eens duchtig te laten fêteren. De mens verandert niet, en de studentikoze mens al helemáál niet.

Bij de aanbieding van de fles vroeg Van Mourik mij:

  • “Roes, Roes…. Zeg: ben jij familie van ….. (puntje puntje) Roes?”

Ik antwoordde naar waarheid:

  • “Ja, die ken ik, maar het is heel ver familie. Het staat allemaal in ons grote familieboek. Dezelfde stamvader, in die zin ‘familie’ dus, maar echt… héééél ver.”

Waarop Van Mourik subtiel repliceerde:

  • “HET KAN NIET VER GENOEG ZIJN!!!”

Vervolgens barstten wij gezamenlijk in bulderend gelach, ja in een onbedaarlijk lachen, uit.

Ik dacht: van die club moet ik lid worden. Twee jaar later was ik praeses van ‘Nota Bene’.

 

Prof. mr. Sebastiaan Roes, CNR

OLAHW : Willem Renting

1024 683 N.S.V. Nota Bene

Geachte leden der N.S.V. Nota Bene,

Op een zomerse woensdag in augustus 2012 begon voor mij het verhaal van N.S.V. Nota Bene. Het was de dag van de introductie-borrel bij Cafe Royal (destijds ‘t Hoofdkantoor). Dit was de aanvang van mijn studententijd in Nijmegen en na de inauguratie ook de aanvang van mijn lidmaatschap bij N.S.V. Nota Bene. Mij werd gevraagd wat mijn herinneringen zijn aan mijn studententijd en wat ik in die periode heb geleerd.

In mijn eerste jaar was ik pedel, het tweede jaar zat ik in de eerstejaarscommissie, het derde jaar in de lustrumcommissie en het jaar daarna mocht ik Praeses van Nota Bene zijn. Ik heb veel mensen leren kennen, in de eerste plaats door activiteiten van Nota Bene in Nijmegen zelf, maar daarnaast ook door landelijke feesten, congressen en kantoorbezoeken. Het eerste was vooral fijn voor de sociale contacten naast het studeren en het tweede was heel goed om onder andere een beter beeld te krijgen van verschillende kantoren. Het is goed om al een indruk te hebben van mogelijkheden voor stages of werk. Uiteindelijk heb ik verschillende stages gelopen die heel belangrijk zijn geweest voor mijn keuze om bij NautaDutilh aan het werk te gaan.

Ik heb na mijn afstuderen eind augustus eerst nog wat gaan gereisd, tot het in januari echt tijd was om als kandidaat-notaris aan de slag te gaan bij NautaDutilh te Rotterdam. Hier houd ik mij vooral bezig met ondernemingsrecht.

Nu kan ik jullie als werkende echt tips geven voor tijdens je studententijd: ga naar kantoorbezoeken, probeer ergens stage (of meerdere stages) te lopen en schroom vooral niet om aan oud-leden te vragen wat zij nu precies waar doen. Daarnaast is het heel leuk en handig om veel (landelijke) activiteiten te bezoeken, omdat je daar veel medestudenten kunt ontmoeten die vrienden voor het leven kunnen worden en die je tijdens de rest van je loopbaan nog veel kunt tegenkomen.
Én vergeet tijdens je studententijd vooral het volgende niet:
“Je bent nog jong en onbedorven, maar dat duurt niet meer zo lang. Nota Bene zal je leren hoe je beter zuipen kan!”

Vriendelijke groet,

Willem Renting

  • 1
  • 2