Oud leden aan het woord

OLAHW: Koen van den Berg en Joost van der Eerden

800 600 N.S.V. Nota Bene

Waarde leden en reünisten van onze mooie vereniging,

Vanzelfsprekend hebben we in diverse commissies gezeten. Vanzelfsprekend hebben we in het bestuur gezeten. Vanzelfsprekend hebben we veel geleerd en memorabele momenten meegemaakt. Maar dit geldt voor velen. Wij maken u graag heel concreet deelgenoot van een van de mooiste reizen die we met Nota Bene gemaakt hebben, en wel die naar Curaçao:

Zondagochtend 25 maart 2007 werd er om 05:30 verzameld bij het Mercure hotel aan het Nijmeegs centraal station. Sommige mensen leren het nooit, zo presteerde de buschauffeur genaamd Joop, Jan, Ed, Henk of Martin het om zijn ‘klokkie’ op wintertijd te laten staan, terwijl wij toch echt naar het zomerse Curaçao gingen. Schiphol werd desalniettemin ruim op tijd bereikt en de goudgele rakkers met de witte pet gleden al snel onze dorstige keeltjes in. Tijd om te eten was er niet!

Eenmaal aan boord van vlucht MP0661 werden ondergetekenden door een charmante stewardess benaderd met de vraag of inmiddels de tweede door ons bestelde fles ´Piper Heidsieck´ aangebroken mocht worden. Vooruit dan maar en onze kelen werden gezuiverd van het edele gerstenat. Eenmaal op Antilliaanse bodem werden we welkom geheten door onze knuffelbeer Reggie: “Ik zal jullie Curaçao laten zien en vervolgens Loyens & Loeff een poot uitdraaien”.

De volgende dag was het tijd om het niveau wat op te krikken. Er werd verzameld om de regering gezeteld in Fort Amsterdam met een bezoek te vereren. Wij werden wijzer gemaakt over de status van de verschillende eilanden en de kleine verschillen tussen het Nederlandse en Antilliaanse BW en de Wet op het Notarisambt. Onder andere is ‘fiducia CUM creditore’ wel geldig en zijn de tarieven van de notaris niet vrijgegeven. Die goeie ouwe tijd!

´s Avonds is ieder zijn eigen gang gegaan waarbij culinair Willemstad werd ontdekt en bij het oer-Nederlandse semi-bruin café `De Nachtwacht` menig bierella´s werden gekocht.

Na een kort slaapje kregen we een college van mr. Steenhuis waarin hij enkele praktische ondernemingsrechtelijke aspecten met ons doornam. ’s Middags op Jan Thiel Beach vlogen de Mojito´s, Long Island Ice-tea´s, Daquiri´s met een twist en Cuba Libres ons om de oren. Zo rond de ‘cup-a-soup tijd’ werd er met het immer onvolprezen beachvolleybal begonnen. In teams van drie werd er gestreden om de ‘Nota Bene wisselfallus’ a.k.a. ‘Koraalbokaal’.  Uiteraard eindigde de avond weer in `De Nachtegaal`.

Later in de week hebben we een bezoek gebracht aan de fiscalisten van LoLo. De borrel was oké maar enkelen konden meer genieten van de `private-stash` van de partner.

Toen de week aan het einde was gekomen maakten we het laatste ritje met “Reggie”, kreeg de reiscommissie zeer veel veren ingestoken en gingen we hup de kist in.

Hierbij willen wij het bestuur danken voor de mogelijkheid om deze geweldige ervaring te mogen delen. Wij hebben onder het genot van (zeer) goede wijn onze studententijd herbeleefd en de reis naar Caribisch Nederland opnieuw gemaakt. We hebben geweldig genoten!  

Met notariële groet,

Koen van den Berg en Joost van der Eerden

 

 

OLAHW: Fabiënne Reeling

1024 1024 N.S.V. Nota Bene

Het nieuwe jaar is nog maar net aangebroken en ik heb de eer dit nieuwe jaar af te trappen met een stuk in de rubriek ‘oud leden aan het woord’. Allereerst aan eenieder die dit stuk zal lezen: de beste wensen voor 2021!
Voor de lezers die mij wellicht niet kennen zal ik mijzelf even kort voorstellen: ik ben Fabiënne Reeling en in 2014 ben ik begonnen met studeren aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Ik had mij ingeschreven voor de dubbelstudie Recht & Management, maar al snel kwam ik erachter dat de studie bedrijfskunde toch niet helemaal bij mij paste. Ik vervolgde mijn studie Nederlands recht. Na één jaar studeren bleek ik meer interesse te hebben in rechtsgebieden zoals het personen-, familie- en erfrecht. Vakken zoals staats- en bestuursrecht vond ik maar niets. Zodoende kwam ik in aanraking met de studierichting Notarieel recht en heb ik de studierichting Nederlands recht achter mij gelaten.

Notarieel recht studeren in Nijmegen, is onlosmakelijk verbonden met N.S.V. Nota Bene. Zo kwam ook ik in september 2015 in aanraking met deze prachtige vereniging. Tijdens de welbekende kennismakingsactiviteit deden we spelletjes door de stad en sloten de avond af met een gezellig diner. Uiteindelijk na mijn ‘ontgroening’ tijdens de Algemene ledenvergadering mocht ik mijzelf lid noemen van de studentenvereniging N.S.V. Nota Bene. Jaren vol mooie activiteiten volgde: gezellig iedere maand borrelen, tal van kantoorbezoeken, het felbegeerde jaarlijkse bowlingtoernooi, hockeytoernooien, feestjes en ga zo maar door! Ergens tussendoor studeren was ook niet geheel onbelangrijk. Mijn mooiste herinneringen zijn toch wel de onvergetelijke studiereizen naar Madrid, Singapore en Shanghai.
In augustus 2019 behaalde ik mijn master en sloot ik (jammer genoeg) mijn studententijd af. Sinds september 2019 ben ik met veel plezier werkzaam als kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff op de afdeling Family Owned Business and Private Wealth. Ondanks dat mijn studententijd nog maar anderhalf jaar achter mij ligt, voelt dit ineens al veel langer geleden. Door het schrijven van dit stuk kwamen alle mooie herinneringen aan deze tijd en N.S.V. Nota Bene weer naar boven en heb ik stiekem toch wel een beetje heimwee naar die mooie studententijd!

Fabiënne Reeling

OLAHW: Joyce Martens-Posthumus

480 640 N.S.V. Nota Bene

Op dit moment is mijn kantoor op zoek naar een beginnend kandidaat-notaris en waar kun je die het beste vinden? Uiteraard onder de leden van N.S.V. Nota Bene!
Ik heb dan ook de stoute schoenen aangetrokken en Nota Bene gevraagd of het mogelijk is een vacature te plaatsen op de site van de vereniging. Naar aanleiding van dit contact is mij gevraagd een stukje te schrijven voor de site.

Graag stel ik mijzelf aan jullie voor. Mijn naam is Joyce Martens-Posthumus. In 1990 ben ik begonnen aan mijn studie Nederlands recht. Na het derde jaar kwam ik er achter dat mijn hart ligt bij het Burgerlijk recht en niet zo zeer bij strafrecht, bestuursrecht en staatsrecht. De mogelijkheid bestond toen om het vierde en vijfde jaar te volgen bij Notarieel recht en om daar ook de afsluitende scriptie te schrijven.
Op woensdag 28 februari 1996 heb ik mijn bul Notarieel recht behaald. De dag erna kon ik met een klein katertje mijn bul Nederlands recht ophalen.

Tijdens mijn studentenjaren ben ik lid geweest van Ovum Novum. Bij Ovum Novum heb ik een jaar in het bestuur gezeten en veel geleerd. De tijd bij Ovum Novum was fantastisch. Nog steeds heb ik een hecht en warm contact met mijn jaarclubgenoten.

Toen ik de overstap maakte naar Notarieel recht ben ik direct lid geworden van Nota Bene en ik heb ook hier een bestuursfunctie in bekleed. Het was officieel een studievereniging, maar borrelen en feesten konden wij als de beste. Mijn echtgenoot, Raymond Martens, heb ik ook leren kennen bij Nota Bene.

Het mooie van Nota Bene was dat je de mogelijkheid had om ook de hoogleraren en docenten op een andere manier te leren kennen.
Aan Nota Bene heb ik niet alleen een echtgenoot overgehouden maar ook een aantal zeer dierbare vrienden en vriendinnen, waarmee ik tot op de dag van vandaag nog contact heb.

De borrels op de woensdagen, maar vooral ook de reisjes naar het buitenland waren zeer memorabel.
Na het afstuderen hield het feesten bij Nota Bene niet op. Wij hebben de introductie van het nieuwe erfrecht van heel dichtbij meegemaakt. Toen het erfrecht eindelijk werd ingevoerd hebben wij dat ook met Nota Bene groots gevierd in Trianon met het zogenaamde langstlevende bal. Geheel gesponsord door uitvaartverzekeringen en voorzien van een muzikale omlijsting door prof. M.J. van Mourik zelf op zijn accordeon en door het dweilorkest Kappes Kook uit Venlo.

Ik kijk terug op een super leuke studententijd en hoop voor de huidige studenten dat ook zij alle vruchten plukken die er te plukken zijn tijdens de studententijd, al zal dat nu met corona soms lastig zijn.

Studeer met mate, en geniet vooral van het studentenleven. Echt serieuze tijden komen vanzelf nog in de toekomst!

O ja, na het afstuderen en de vele feesten heb ik mijn eerste baan gevonden in Oud-Gastel als kandidaat-notaris. Na een jaar ben ik terechtgekomen in Swalmen (Roermond). Nadat ik exact 6 jaar werkzaam was geweest als kandidaat-notaris ben ik benoemd tot notaris in Swalmen, inmiddels gemeente Roermond. Met heel veel plezier run ik daar samen met Esther te Veldhuis het notariskantoor.

Tot op de dag van vandaag ben ik blij en gelukkig dat ik destijds de keuze heb gemaakt om Notarieel recht te gaan studeren. Niets is mooier om mensen bij te staan bij alle belangrijke gebeurtenissen die in een mensenleven kunnen plaatsvinden.

 

Joyce Martens-Posthumus

 

 

OLAHW: Leon Verstappen

768 1024 N.S.V. Nota Bene

Mijn eerste herinneringen aan de notariële opleiding voeren mij terug naar mijn studententijd. Ik had er in 1986 drie jaren Nederlands recht erop zitten en als ik niet oppaste zou ik veel te snel met de rechtenstudie aan de toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen klaar zijn. Daar had ik geen zin in. Langzaamaan begon ik me te oriënteren op mogelijkheden om wat langer te kunnen studeren. Op woensdag was het altijd pakkendag. Dan kwamen de notariëlen college volgen. Ik vond het wel een eigenaardig klein clubje van nooit meer dan vijftien a twintig studenten die wekelijks op woensdag college volgden bij prof. mr. E.E.A. Luijten in de Van der Grinten-zaal aan de Thomas van Aquinostraat. Het was toen al een bijzondere belevenis om bij de eminence grise van het notariaat college te volgen. Mij werd verteld dat het verstandig was om me eerst aan hem voor te stellen. Keurig, maar in spijkerbroek, stelde ik mij in de gang op zodra Luijten met zijn gevolg (mevr. mr. Meijer, destijds de universitair hoofddocente die met hem getrouwd was, en de medewerkster mevr. mr. Konings die zijn aktentas droeg) zich naar de collegezaal begaf. Enigszins nerveus stak ik mijn hand uit om hem te begroeten en mij voor te stellen. Maar van handen schudden kwam niet veel terecht want hij liep me met zijn gevolg zonder me ook maar één blik waardig te keuren voorbij de collegezaal in. Ik ging maar ietwat beteuterd naar binnen. Vooraan was voldoende plaats want de meesten zaten zowat achteraan. Nietsvermoedend ging ik vooraan zitten. Daar wachtte mij een tweede onaangename verrassing. Ik kwam in een spervuur van vragen terecht die Luijten op mij afvuurde. Ik begreep er helemaal niets meer van. Waarom toch die onvriendelijke bejegening? Op zijn minst had ik drie fouten bij hem gemaakt, zo werd me later door notariële studenten ingefluisterd: ik had een spijkerbroek aan, het initiatief om handen te schudden komt nooit van de student maar van de hoogleraar, terwijl ik niet op de voorste rij had moeten gaan zitten. Er bestond een stilzwijgende gewoonte dat zij die wilden afstuderen op de voorste rij moesten gaan zitten. Zo kon Luijten je al vóór het tentamen testen. Het was een soort voortoets waar iedereen bijzat. Wie dat niet deed kon het tentamen op zijn buik schrijven. Geheel in strijd met alle examenregels gold de regel dat de vakken Erfrecht, Huwelijksvermogensrecht, Successiewet en Wet op belastingen van rechtsverkeer in binnen een termijn van ik meen een of twee maanden allemaal met goed gevolg afgelegd moesten worden, bij gebreke waarvan alle voor die vakken behaalde punten vervielen. Je kon de tentamens dan opnieuw doen. Na het laatste tentamen werd direct de bul uitgereikt. De kans om te zakken was geenszins denkbeeldig. Heel reëel zelfs want de tentamens waren moeilijk. Dat betekende dat er bij het uitnodigen voor het afstuderen altijd enig voorbehoud moest worden gemaakt. Ik heb meegemaakt dat de familie de bloemen bij het academisch ziekenhuis konden afgeven om onverrichter zake  weer huiswaarts te keren, of dat de nipt – want met de hakken over de sloot – afgestudeerde kandidaat-notaris met wat kwartjes vol blijdschap in de telefooncel stond om het grote nieuws thuis te verkondigen: pap en mam, jullie kunnen nu komen! Maar de hoogleraar die de familie graag de hand hadden willen drukken zat al lang en breed in zijn auto richting Heerlen.

Eigenaardige lui die notariëlen, dacht ik; daar moet ik meer van weten en besloot de notariële opleiding te volgen. Bij het nemen van die beslissing was niet geheel onbelangrijk dat het straffe, doch volstrekt verouderde regime van het echtpaar Luijten in 1987 zou worden vervangen door een nog aan te stellen nieuwe ordinarius. Het gonsde al enige tijd in de gangen van de Nijmeegse rechtenfaculteit van het gerucht dat ene Van Mourik zou worden benoemd, waarvan gezegd werd dat hij ook prins Carnaval was geweest in de stad Ravenstein. Wat een verschil toen in 1987 Martin-Jan van Mourik zijn opwachting in Nijmegen maakte! Met zijn komst en – later in 1990 – het aantreden van Boudewijn Waaijer en mij als zijn medewerkers, zijn we gestaag begonnen dat Luijteniaanse conservatieve beeld van de notaris af te breken en het te vervangen door een wat eigentijdsere voorstelling van de notaris als professionele dienstverlener. De bezem ging door de notariële opleiding en ook door Nota Bene. Met het aantreden in 1988 van het geheel nieuwe bestuur Kamps, in spijkerbroek, metamorfeerde de vereniging zich. Het trok ineens ook een ander type student. Er kwam reuring in de tent. Er werd opeens veel meer geborreld, toen nog in café Trianon aan de Berg- en Dalseweg. Met de strijd rondom het erfrecht die ergens in 1991 langzaam maar zeker oplaaide, werd het ook ineens spannend om notariële wetenschap te bedrijven. Als apostelen togen Martin-Jan, Boudewijn en ik door geheel Nederland om een andere aanpak van het erfrecht te prediken. Het leek aanvankelijk onbegonnen werk om een aanhangig wetsvoorstel te veranderen, maar het lukte uiteindelijk wel. En dat moest uitbundig gevierd worden: het Groot Langstlevendebal dat op 15 mei 1996 werd gehouden. Wat hebben we een plezier gehad!

 

Leon Verstappen

 

 

OLAHW: Tessa Pieksma

1024 1024 N.S.V. Nota Bene

Waarde lezer, 

Ondanks dat ik pas een klein jaartje lid-af ben, schrijf ik met plezier een bijdrage voor de ”oud leden aan het woord” rubriek. In mijn eigen bestuursjaar is deze rubriek immers geïntroduceerd en veel mooie verhalen zijn inmiddels de revue gepasseerd. 

Toen ik een aantal jaar geleden als achttienjarige in Nijmegen terecht kwam om te studeren, had ik geen idee wat me allemaal te wachten stond en wat mijn studententijd me allemaal zou brengen. Na het propedeusejaar met veel plezier voltooid te hebben, stond ik voor een keuze: ga ik voor Rechtsgeleerdheid of Notarieel recht. Europees en Internationaal recht was allang afgevallen, maar Notarieel recht, dat is toch superstoffig? Toch was privaatrecht wel mijn favoriete vak. Na lang nadenken en rondstruinen op het internet ging ik er toch voor. Ik koos voor Notarieel recht, een keuze waar ik tot op de dag van vandaag heel erg blij mee ben. Zowel de studie als de praktijk bleken op mijn lijf geschreven. Van de hardnekkige stoffige reputatie blijkt weinig waar te zijn. Bij de overstap naar Notarieel recht hoorde voor mij ook lidmaatschap bij Nota Bene. Na de inauguratie ALV, waar ik toch enigszins zenuwachtig naartoe ging, voelde ik me al snel op mijn plek bij Nota Bene. Als lid hoefde ik me nooit te vervelen met het scala aan activiteiten en commissiewerkzaamheden. Ik heb dan ook met volle teugen van mijn lidmaatschap bij Nota genoten. De verre reizen naar onder meer Singapore en Shanghai, de uitstapjes door het hele land en natuurlijk de vele borrels die met enige regelmaat eindigen in de Malle zijn mij uitstekend bevallen. Als kers op de taart werd ik gevraagd praeses te worden, iets waar ik nooit van had durven dromen. Van mijn bestuursjaar heb ik enorm veel geleerd en heb ik met veel plezier vervuld. Zelfs de eindeloze treinreisjes door het hele land had ik voor geen goud willen missen. De mooiste momenten vond ik toch wel de landelijke activiteiten, waar Nota Bene altijd goed en enthousiast vertegenwoordigd was. Vooral hoe Nota Bene altijd de boel overnam bij het feest van het landelijk notarieel studentencongres was altijd schitterend om te zien. Ik hoop dat dit nog vele jaren zo blijft!

Langzaam maar zeker kwam na mijn bestuursjaar het einde van mijn studententijd in zicht. Sinds december 2019 ben ik werkzaam in het notariaat, meer specifiek op de sectie commercieel vastgoed bij Van Doorne, waar ik het enorm naar mijn zin heb. Toch was de overgang van student met bakken vrije tijd naar fulltime werken natuurlijk wel even wennen. Op willekeurige momenten van de dag naar de supermarkt of sportschool is er niet meer bij. Ondanks dat ik op vrije tijd heb moeten inleveren, bevalt het werkzame leven me goed. In de collegebanken blijft alles toch enigszins abstract en nu komt de stof echt tot leven. Desalniettemin mis ik soms het Nijmeegse en mooie studentenleven. Alle clichés zijn wat dat betreft waar en ik zou de studenten ook zeker mee willen geven: geniet van je studententijd, voor je het weet is het voorbij! 

Tessa Pieksma

 

OLAHW: Bas de Cooker

480 480 N.S.V. Nota Bene

Met één blik op de agenda der N.S.V. Nota Bene word je een ding duidelijk: de laatste maand vol met prachtige activiteiten is aangebroken alvorens de studieboeken weer opengeslagen moeten worden voor 1,5 maand hard studeren. Maar men zij niet getreurd; het voorjaar zal weer bol staan van de (landelijke) activiteiten.

Tijdens mijn tijd bij Nota Bene is mij duidelijk geworden dat er een patroon ontstaat in je studententijd. Een collegejaar begin je vol goede moed (en discipline) en de collegebanken zijn druk bezet. Tegen het einde van september beginnen de e-mails van de Ab-Actis je mailbox te vullen. Het is tijd voor twee maanden vol met activiteiten, welke onderverdeeld kunnen worden in nuttig en minder nuttig (waarbij ik de invulling hiervan volledig aan u laat). In december en januari is het tijd voor een “tussendoortje”: de tentamenperiode. In februari kruipt een ieder weer uit zijn of haar kluis om te constateren dat er ook nog een fenomeen genaamd daglicht bestaat. Er volgt een periode vol trein- en vliegreizen waar de gemiddelde rechtenstudent jaloers op is; het leven van een notariële student is uniek. Het collegejaar eindigt traditiegetrouw met het eindfeest, waarbij de laatste tentamens vakkundig uit het geheugen worden gewist. Na de zomer begint alles weer opnieuw.

In een collegejaar als lid van Nota Bene ontbreekt het aan één ding: rust. Het is belangrijk alle onderdelen als hiervoor genoemd even serieus te nemen en al je energie in te steken. De tentamens zijn belangrijk voor het papiertje dat je na je studie in de hoek van je kamer op een willekeurig kantoor zult zetten en af en toe eens af zult stoffen. De herinneringen die je op doet tijdens de vele activiteiten in Nijmegen, maar ook zeker tijdens de vele treinreizen als Nota Bene zich weer eens buiten de stadsmuren mag begeven, zullen vaker worden afgestoft. De herinneringen die je op doet, in welke toestand dan ook, zijn voor het leven en de contacten die je legt zullen je verder helpen in welke fase van je leven dan ook.

Je studententijd krijg je nooit meer terug, haal alles eruit wat erin zit en bedenk dat Nota Bene de springplank is voor je carrière, maar nog meer de bron van vele mooie herinneringen.

OLAHW: Krishna van Zundert

1024 1024 N.S.V. Nota Bene

Het is enige tijd geleden dat ik praeses was van N.S.V. Nota Bene (1999-2000), maar toen ik werd gevraagd door de praeses h.t. om een bijdrage aan deze rubriek te leveren kwamen talrijke herinneringen naar boven van mijn tijd bij onze vereniging. Het kraamfeest ter gelegenheid van de komst van de eerste dochter van B. Schols, ons jaarlijks squashtoernooi, het 25-jarig jubileum van prof. mr. Van Mourik, LNSC 2001, de studiereizen naar onder andere Edinburgh, Luxemburg, Brussel en Gent, en de vele kantoorbezoeken aan kantoren met toen nog drie of vier achternamen in hun naam. De tijd dat J.S.L.A.W.B. Roes nog student was en een maand later je docent. Maar bovenal de vele gezellige borrels in Trianon of Vivaldi’s en andere gelegenheden waar het aangename boven het nuttige ging.

In de almanak 2000-2001 was er een bijdrage van prof. Mr. M. van Olffen met de titel: De notariële praktijk, waar kies je eigenlijk voor? Ben je een hunter of een farmer.

Een bijdrage die zijn relevantie niet heeft verloren. Het huidige jobhoppen was nog niet gemeengoed, veelal bleef men 40 jaar in dienst bij dezelfde werkgever. Voorzichtig ontstond de trend dat zelfs partners van kantoor switchen. Hoe anders is het nu?

De uitleg over de hunter en farmer was als volgt. De hunter dood het vee waar hij het ziet. Is het tijdelijke “op” dan trekt hij verder en zet aldaar de praktijk voort. De farmer cultiveert een stuk grondgebied en zorgt voor continue toevoer van vee dat hij op verschillende manieren aanwendt.

Aangezien ik tot nu toe bij vijf kantoren heb gezeten lijkt het alsof ik een hunter ben. Bij de eerste drie multidisciplinaire kantoren was dit zo, maar gaandeweg ben ik een farmer geworden. 10 jaar heb ik bij Clifford Chance dat gedaan wat bij een farmer hoort: het voeren van multifunctionele praktijk waarbij het grondgebied en vee jaarlijks op een hoger niveau kwam. En dit heb ik doorgezet bij Het Notarieel, voor het eerst bij een kantoor met enkel notariaat. De conclusie is dat een carrière lastig is te plannen, maar dat je uiteindelijk komt daar waar je wezen moet. Voor mij is dat het zijn van een farmer met nog steeds kenmerken van een hunter terug in zijn provincie.

OLAHW: Christiaan van der Meer

1024 976 N.S.V. Nota Bene

Een doorsnee notarieel student ben ik niet geweest. Toen ik acht jaar geleden aan de rechtenopleiding begon, stond ik net als ieder beginnend rechtenstudent voor de “Nijmeegse keuze”: Rechtsgeleerdheid, Internationaal en Europees recht of toch Notarieel Recht? Europa was waar de keuzes zouden worden gemaakt en dus maakte ik de keuze voor Internationaal en Europees Recht, onwetend als ik toen was.

Tijdens mijn eerste jaar kwam ik er al snel achter dat Internationaal en Europees Recht niets voor mij was: de gedachte dat ik misschien jarenlang bezig zou zijn met lobbyen en het opstellen van wetgeving die er naar alle waarschijnlijkheid nooit door zou komen, zorgde ervoor dat ik zonder twijfel wilde wisselen naar een andere richting in de rechtenopleiding. Gelukkig was (en is) in Nijmegen het eerste jaar hetzelfde voor iedere richting. Meerdere wegen leiden naar Rome.

De keuze voor Notarieel Recht was voor mij rationeel ingegeven: de privaatrechtelijke vakken lagen mij veel beter dan de publiekrechtelijke vakken en daarnaast wilde ik niet een jaar weggooien aan publiekrechtelijke vakken waar ik later toch niks mee zou doen. Een nieuw kandidaatje was geboren.

Tijdens de stage die ik tijdens het schrijven van de masterscripties liep, kwam ik erachter dat meerdere wegen naar Rome leiden, maar dat Rome zelf ook weer naar meerdere wegen leidt. Ondanks dat Notarieel Recht een niche is, zijn er binnen het Notarieel Recht weer veel verschillende richtingen. De enige manier om daar achter te komen is door zelf te gaan kijken.

Maak dus tijd voor een stage, ga naar een kantoorbezoek of spreek eens informeel met een kandidaat. U zult zich verbazen hoeveel verschillende nieuwe wegen u ontdekt…

OLAHW: Freek Schols

1024 720 N.S.V. Nota Bene

Nota bene: Hora ruit, tempus fluit

Wie een beetje Romeins spreekt, heeft voldoende aan de titel. Wie meer in beelden denkt, verwijs ik naar de foto (bestuur 1992 -1993). U weet genoeg. Ik zie vijf Nota Bene-vrienden, waaronder ondergetekende rond 1993. Genodigd door de meneer de Praeses kijk ik kort terug als oud lid van Nota Bene.

Het begon allemaal met de introductie. Op de stoel, voor de algemene ledenvergadering in café Trianon. Ik werd verzocht, gelukkig begeleid door een pianist, om het Limburgse volkslied ten gehore te brengen. Mijn broer Dominique, destijds ook lid van ons illuster genootschap, stond mij al snel bij. En inderdaad: het is een kwestie van geduld ...  

Na de introductie volgden vele mooieverenigingsactiviteiten waarbij ik betrokken mocht zijn. Ik denk onder meer aan de eerste notariële reis(Bologna/Milaan) met een bezoek aan een wedstrijd AC Milan tegen Inter in het San Siro of Giuseppe Meazzastadion en aan een college op de universiteit van Bologna. Iedereen kon mee op reis. Met de bus! De vliegschaamte moest nog ontwikkeld worden. U kunt zich dat niet meer voorstellen: met vreemde valuta en zonder gezinsapp op stap. Met telegrammen moestende ouders of verloofden van de notarissen in spe aan het thuisfront gerustgesteld worden dat de reis ordelijkverliep. Het was klein, fijn en groots. Omdat een bestuurslid onder de wapenen moest – inderdaad de dienstplicht bestond nog – heb ik ad-interim in bestuur Verhaegen (1991/1992) gediend. Daarna mocht ik de rol van praeses op me nemen. Volledig ondergedompeld derhalve na enig Limburgs gezang.

We werden aan alle kanten aangemoedigd door het CNR van destijds, dat onder leiding stond van mijn voorganger en leermeester professor van Mourik. Hij wist al, en ik weet nu uit ervaring, hoe fijn het is dat studenten zich gesteund voelen in hun zeer relevanteextra-curriculaire activiteiten. Vanzelfsprekend, tijden zijn veranderd. De club was kleiner, het eigen vermogen zat letterlijk in een sigarendoosje dat meeging naar Trianon. En als het doosje openging en een rondje namens Nota Bene werd aangekondigd was de quaestorvanzelfsprekend de meest gevierde persoon van declub. In een tijd dat Hoegaarden en Trappist nog over de grens gesmokkeld moest worden, waren de legale prijzen van dien aard dat de quaestor toch niet te benijden was. Vandaag de dag werkt het bestuur met een enorme begroting, drinkt en feest men nagenoeg gratis. Niet dat we toen niet aan het eigen vermogen werkten. Maar we moesten ons wel afvragen of het versturen van acceptgirokaarten per post naar potentiele sponsoren niet meer kosten met zich zou brengen dan het zou opleveren. Een begin van eensponsorprogramma was echter gemaakt.

En de woensdag stond nog bekend als de pakkendag. Niet alleen keurig gekleed naar de borrel (die overigens,zoals het hoort, aansluitend op de colleges plaatsvond)maar ook in stijl naar college.

Ik blader terug in de allereerste Nota Bene Almanak (verenigingsjaar 1992 -1993), lees de verhalen en bekijk de foto’s. Nota Bene was voor mij een warm bad. Ik heb gelukkig niet meteen na mijn afstuderen afscheid hoeven nemen van Nota Bene maar mocht een beetje blijven rondhangen. Inmiddels al meer dan 25 jaar …

Freek Schols

OLAHW: André van Hoepen

768 1024 N.S.V. Nota Bene

Op de warme avond van 1 september 2010 keek ik op de eerste verdieping van café Vivaldi aan de Waalkade (jawel, het café bestaat nog steeds) hoe de zon langzaam in de Waal zakte. Al staande op dat kleine balkon hoorde ik op de achtergrond het geroezemoes, dat verstomde door het bekende gebulder van de pedel. Op die avond zou het 50ebestuur der N.S.V. Nota Bene gewisseld worden voor, logischerwijs, het 51ebestuur. Als praeses had ik de eer en het genoegen om in dat 51ebestuursjaar aan het roer te staan van onze vereniging.

In dat jaar heb ik enorm veel geleerd. Speeches schrijven, deadlines halen en deze soms proberen te verzetten (via deze weg nogmaals excuses aan de oud-assessoren Eri Saito en Bas van Dijk), omgaan met weerstand, kritische leden in beweging krijgen, verantwoordelijkheid nemen en gezamenlijk plannen bedenken en uitvoeren. Dat ik nog zeer regelmatig mijn oud-bestuursgenoten tref, bewijst denk ik dat het bestuursjaar een band schept.

Ook buiten het bestuursjaar 2010-2011 gebeurden er veel zaken die het vermelden waard zijn. De landelijke feesten, het geweldige idee van enkele oud-leden en ondergetekende om na een landelijk feest de binnenstad van Amsterdam in te trekken. De Nota Bene das, het besmette woord “gezellig”. Een landelijk hockeytoernooi in Groningen, het LNSC in Nijmegen en de goede band met leden van het Centrum voor Notarieel Recht. Mijns inziens was, en is, het uniek wat zich in en rond Nota Bene afspeelt. Ieder lid van Nota Bene bouwt mee aan de verdere ontwikkeling van de vereniging en men zoekt elkaar ook op buiten activiteiten. Ik hoop van harte dat dit de komende jaren zo zal blijven.

Na mijn studentenjaren in Nijmegen (notarieel recht gecombineerd met een fiscale master) ben ik vandaag de dag werkzaam in de mooie praktijk van PwC Legal. Geen notariskantoor, maar een adviespraktijk in de sector van familiebedrijven. Een omgeving waar civiel en fiscaal (notarieel) recht hand in hand gaan. Naast mijn werkzame leven bij een ‘big four’ speler, ben ik ook druk in de weer met het schrijven van een proefschrift.

Nota Bene heeft mij veel gebracht, zoiets realiseer je jezelf veelal als iets voorbij is, dat geef ik grif toe. Zoals gezegd een stroom aan mooie herinneringen waarbij vriendschappen zijn gesloten voor het leven. Zoals u allen weet: een beetje genot is ook genot. Maar één tip: maximaliseer dat genot! Nota Bene was onmiskenbaar onderdeel van die geweldige tijd!

André van Hoepen